|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Notes | Linked to | |
| 1 | Achternaam werd ook geschreven als: Jordanis | Family: F1272983065
|
| 2 | Achternaam: Cornelissen - Cornedorf | Family: F1272982043
|
| 3 | Achternaam: Hoogeveen | Family: F1272982974
|
| 4 | Geachte heer Zandbergen, beste Helmer, Geattendeerd door Geneanet op mijn familienaam Diemel, belandde ik op de Zandbergensite. Daar trof ik een tweetal huwelijken: Juriaan van Paridon (weduwenaar van Johanna Diemel oo : 30-05-1811) met Sara van Zangbergen in 1930 en Suzanne Diemel en Pieter Arie Zandbergen getrouwd in 1970. Ik werd geboeid door jouw verhaal over het onderzoek naar de familie van Zandbergen. Vooral ook door de zoektocht naar bronnen in Rhijnsburg en Voorhout om telkens een stapje terug in de tijd te komen. Mijn naam is Wim Diemel en ik probeer de Diemels in Nederland in kaart te brengen. Omdat er een zeer waarschijnlijk verwantschap bestaat tussen mijn voorvader Gaudentius Diemel uit Leiden en Frans Otto Diemel (soms ook Dimel) uit Voorhout, heb ik in verre en recente verleden nogal eens gegrasduind in Voorhoutse/ Rhijnsburger bronnen en ook bij notarissen uit Leiden om de persoon Frans Otto Diemel goed in beeld te krijgen. Evenals jouw voorvaderen, zijn mijn voorvaderen die van het gewone volk. Mochten ze het voor elkaar krijgen om als boer, handelsman grond en 'n huis te verwerven, dan bood dat perspectieven om via koopakten iets meer te weten te komen over de desbetreffende persoon/gezin. Zo ook het geval bij Frans Otto Diemel, afkomstig uit Niederbergheim, Duitsland, die in 1756 te Voorhout trouwde met Jannetje Arisd. van Hees. Frans Otto heeft van 1756 tot zijn dood in 1803 aan de Herenweg, in de Knip gewoond. Daar bezat hij een aantal huizen, winkel, maar ook aan de Zandsloot een huis en tuin en een stuk hooiland in de Elsgheesterpolder. Het is lang onduidelijk geweest wat hij voor zijn beroep deed. Totdat ik in een afrekening van het nalatenschap van Arij van Rijn bouwman en bruiker van de abdij van Rhijnsburg een schuld aan Frans Otto Diemel, kleermaker, tegenkwam. In ieder geval kleermaker dus. Maar het was niet duidelijk, blijkt ook uit de afrekening van zijn erfenis, of hij daarnaast ook nog andere zaken deed. B.v. die winkel, waarin werd dan gehandeld? Dat hooiland, duidt dat op landbouwaktiviteiten? Tot nu toen is dat het beeld m.b.t. Frans Otto. Maar er blijven voor mij nog steeds vragen zoals b.v. waarom hij juist vanuit Duitsland naar zo'n minuscul klein plaatsje als Voorhout is gekomen. Natuurlijk de ouders van zijn vrouw bezaten een woning in de Knip, maar die woonden daar nog steeds (of in ieder geval haar moeder) in de tijd dat Frans Otto zijn eerste huis kocht. Ik heb nog steeds idee dat nog niet alles boven het maaiveld is. En omdat je nooit weet hoe een koe een haas vangt en zoals je aangeeft dat mensen, die in hetzelfde werkgebied opereren, wel eens een waardevolle hint kunnen geven, stuur ik je deze mail. met vriendelijke groet Wim Diemel www.diemelstamboom.nl Nog even voor de duidelijkheid: Johanna Diemel, de eerste vrouw van Jurriaan van Paridon, was de kleindochter en tevens erfgenaam van Frans Otto. Haar vader Arie Diemel, de enige overgebleven zoon van Frans Otto, stierf op 35 jarige leeftijd en was lid van de Municipaliteit van Voorhout. | Family: F1272980048
|
| 5 | Gehuwd in de Pieterskerk te Leiden | Family: F1272981536
Family: F1272983116 |
| 6 | Gehuwd in de Pieterskerk te Leiden | Family: F1272981536
Family: F1272983116 |
| 7 | Het paar vestigde zich op 16 maart 1754 te Zandvoort. | Family: F1272983101
|
| 8 | Patroniem: Thijsdr. De temperatuur op 5 juni 1769 lag rond de 20,0 °C. De wind kwam overheersend uit het oost ten zuiden. Typering van het weer: omtrent helder zeer betrokken . Bron: KNMI (weerstation Zwanenburg/Nederland). Erfstadhouder Prins Willem V (Willem Batavus) (Huis van Oranje-Nassau) was van 1751 tot 1795 vorst van Nederland (ook wel Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden genoemd) 1769 » 2 november - De Spanjaarden ontdekken de toegang tot de Baai van San Francisco. Deze zeestraat zal later tijdens de goudkoorts de naam Golden Gate krijgen. Spanje heeft dit jaar bezitgenomen van Californië en begint er met missionering op grote schaal. 1769 » Mozart wordt benoemd tot concertmeester aan het hof van de aartsbisschop van Salzburg. 1769 » Vredesverdrag met de Matawai in Suriname | Family: F1272982028
|
| 9 | Voornaam werd ook geschreven als: Gerritdina - Gerridiena | Family: F1272980041
|
| 10 | Wanneer en waar het huwelijk van Ewout en Neeltje is gesloten, is onbekend. Wel is bekend dat de vader van Neeltje aanvankelijk bezwaarmaakte tegen de trouwplannen van het paar. Hij trachtte de huwelikssluiting te voorkomen door de drie wettelijk vereiste afkondigingen te laten afhouden. Ewout nam dit niet. Hij verlangde een gerechtelijke uitspraak en machtigde bij akte van 2 augustius 1651 notaris Nicolaes van Bouchorst om voor hem in rechte op te treden "jegens Cleas Jansz Admirael, die de geboden van hem en sijn dochter heeft doen schutten ten fijne die wederom mochten gaen". Het is niet duidelijk of er werkelijk een proces is gevoerd of dat zijn aanstaande schoonvader zich met hem verzoend. Het huwelijk is in ieder geval doorgegaan zonder langdurig uitstel gezien de doopdatum van zijn zoon Jacob. De enige aanwijzing van het bestaan van dochter Maritie Ewouts vormt een testament, door de Leidse Notaris Willem Boekweijt op 27 maart 1716, te haren huize in Noordwijk, opgemaakt. Zij was toen "siekelijk van lichaam en te bedde leggende". Zij heeft besloten "tot eenige ende universele erfgenamen te stellen ende institueren de Diaconie armen alhier tot Noortwijk". Cornelis Doedes bedenkt zij met een legaat van 10 gulden en diens vrouw Leijntie met "een rok, mantel, twee hembden, twee neusdoeken en twee kroplappen:. In welke relatie zij tot dit echtpaar stond, is niet duidelijk. Wel laat zich vermoeden, dat zij ongehuwd was en geen innige band met broer Jacob had. die zich waarschijnlijk toen reeds buiten Noordwijk gevestigd had. (bron: Let op uw Glas, J.B. Glasbergen, 1969) | Family: F1272983094
|
| 11 | weduwnaar: van Woudina Wanrooij weduwe: van Theodorus Hubertus Wisink | Family: F1272980722
|
| 12 | Willem Claesz treffen wij voor het eerst aan in de rekeningen van de rentmeesters van de Heilige Geest te Noordwijk. Zonder nadere aanduiding van de datum, lezen wij daarin, bij de verantwoording van de uitgaven in het jaar 1595: "Betaelt Willem Claesz glaesenmaecker over t' maecken vande glasen inden armen huijse III gul II st" (3 guldens en 2 stuivers) Een jaar later maken de dorpsrekeningen van Noordwijk voor de eerste maal melding van hem. "Den vi Octrobis 1596 Willem Claesz glasemaacker ovre t' maecken ende repareren vande school glasen betaelt II gul II st". Er sneuvelde kennelijk nog al eens een ruitje in het armenhuis. De rentmeesters van de Heilige Geest gaven de glazenmaker nog enkele keren opfracht voor herstelwerkzaamheden. 1607 "Betaelt Willem Claesz glasemaecker over 't repareren ende verstellen vanden glasen inden armenhuijse XXXIII st'. 1609 "Item Willem Claes zoon glaesemaecker van 't maecken van enige nieuwe glaen ende het stoppen van de ouden glaesen betaelt 5 gul". 1617 "Betaelt Willem Claesz glasemaker van 't repareren van den glasen inden armenhuijse III st". Uit de registers van de verponding van huizen te Noordwijk blijkt dat Willem Claes glasemaecker aldaar een huis bezat. Hij wordt in deze boeken, die niet allemaal bewaard zijn gebleven, in 1606 en 1613 genoemd. Waarschijnlijk hebben de aantekeningen betrekking op een huis aan de Voorstraat, dat hij kort voor zijn dood verkocht aan zijn dorpsgenoot Jeroen Jans, een schoenmaker. Nog voor de officiële akte van overdracht werd opgemaakt, is Willem Claesz overleden. Zijn beide zonen wikkelden de transaktie in maart 1640 voor Schout en Schepenen van Noordwijk af. (Bron: Let U op Glas, J.B. Blasbergen, 1969) | Family: F1272982584
|
| 13 | "Op 1 april 1414 treedt hij als leenman-getuige op voor de heer van Putte, het leen betreft kennelijk dat, waarmee zijn dochter Lijsbeth na zijn dood op 28 maart 1429 wordt beleend, n.1. 2 gemet land in Oud Pernis en 2 gemet land in Poortugaal, dat in 1429 gemeen ligt met Beyen Beyenz." (Hoek p. 146] (dochter Lysbeth tr 1. Reynier Pijlsz, tr 2. Aernt Aerntsz (kinderen Adriaen en Lysbeth)) | Hughe BEIJENS
|
| 14 | Wordt van 1395 tot en met 1398 vermeld wegens het betalen van 3 kapoenen aan de heer van Putte voor een hofstad gelegen op de droge dijk tussen Poortugaal en de Deijffel voor zijn weg (bron: Rentmeesterrekeningen van de Domeinen akte: 5562 en 5563). Op 8 juni 1408 is te Pernis sprake van 3 percelen van 1/2 gemet land, die gemeen liggen met de kinderen van Beyen Beyenszn. Sticht samen met zijn moeder Lysbeth een memorie in de kerk van Poortugaal, verzekerd op 2 gemet land in Vernellehoeck (bron: Register van memorie stichtigingen in de kerk te Poortugaal akte: 98). | Beije BEIJENSZ
|
| 15 | Beleend met 2 gemet land na opdracht uit eigen op 1 april 1429. Wordt in 1434 door de heer van Putten genoemd onder "onsen mannen van 't land van Putte" (=leenman, Rhoon en Poortugaal en omgeving behoorden tot de heerlijkheid van Putten), [bron: Leenkamer Holland akte 85/5V]. Hij maakte deel uit van een consortium dat in 1436 kort na de St. Elisabethsvloed, de bedijking van het Oudeland van Strijen op zich nam [bron: Leenkamer Holland akte: 83]. Op 1 december 1445 komt hij voor als leenman-getuige. Hij vestigt zijn memorie op 2 gemet land in Vernelle hoeck, te versterven op zijn zoon Beye Doenszn. Zijn eerste vrouw Margriet vestigt haar memorie op 4 lijn land achter de kerk te Poortugaal. Omstreeks 1450 sticht zijn tweede vrouw haar memorie op 2 1/2 lijn land in Zwaardijk onder het huis van haar man gelegen [bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 88]. Deze boerderij wordt in de domeinrekeningen als Thomashofstede aangeduid, vermoedelijk heeft hij zich hier omstreeks 1430 gevestigd. Leenman van Putten(1429-1452). Referenties: Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, De Nederlandsche Leeuw 1946 kol.134, Ons Voorgeslacht 1976 bldz.315, Ons Voorgeslacht 1980 bldz.649. Op 11 Sep 1452 wordt zijn zoon Beije Doensz beleend met het leenland van zijn vader. Zijn zoon Antheunis Doensz volgt zijn vader Doedijn Beijensz op op 7 Jan 1444. Belend met 2 gemet land na opdracht uit eigen beleend met 2 gemet land te Poortugaal aan de Hofweg op 1 Apr 1429, belend ten zuiden door Beijen Lemsz. In 1432 tot 1434 leenmangetuige voor de Heer van Putten. Op 12 Mrt 1436 medebedijker van Het Oudeland van Strijen. Heeft land gemeen met Gheen Jansz en diens zwager Simon Bartoutsz op 10 Mei 1442. Hij vestigt zijn memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Beije Doensz. In 1445 tweemaal vermeld als leenmangetuige. Als belender genoemd in de blaffaard van de memorielanden. | Doen (Doedijn) BEIJENSZ
|
| 16 | vermoedelijk Schout van Poortugaal en leenman van Putten (Hij wordt als Doedijn Beije genoemt onder de "mannen ons liefs geduchtichs jonckheeren Jacob heer tot Gaesbeeck, tot Abcoude (en Wijk Bij Duurstede ) tot Putte ende tot Strien (Strijen) in de landrechtbrief van Putten dd. 21-09-1434) | Doen (Doedijn) BEIJENSZ
|
| 17 | Beleend met de leengoederen van zijn vader 28 januari 1485. Was leenman van Putten, fondateur van een partij memorielanden te Poortugaal. Testeert 6 januarie 1513. "Memoria parpetua Aefkin Doen Beyensz wijff staet verseeckert met een eeuwig doordichtste op huis en erve staende beneden 't dorp, dat nu beheert ende bewoont Cornelis Doensz, welverstaende dat met de memorie nyet langer sal doen dan de kinderen van Aefkin voornoemt leeven". (Dus niet eeuwig). DE VICARIE:1 In Nomine Domine Amen, anna 1466, den 6 januari. Ik, Doen Beijensz, wel bedacht van mijn vijf sinnen en uijt mijn vrijen willen make tot een eeuwige testament en tot vergiffenis mijner zonde, een eeuwige misse ter weke, ter ere van de Heijlige Drievuldigheid, des woensdags te doen in de kerke van Poortugaal, en is het dat de pastoor niet te zeer belast is, die men zingen zal de trinitate onbelet van de kerk, en is het dat des woensdags heijliggedag is, zo zal men deszelfs op een andere profizen dag doen, waaraf de priester die se doet zal hebben 4 rijnse guldens, de kapelaan en de koster elk 15 stuijvers, dus zo zullen zij mede na de misse te grave gaan en lese miserien, en de profindis met dat er toe behoort en de kerk zal hebben voor wijn, was en brood sjaars 10 stuijvers. Dit alles staat eeuwig verzekert op 5 gemeten lands, liggende in Nieuw Rhoon, aangeleid aan wederzijde Gerrit Arensz, getrouwt hebbende Marregien, de dochter van Jan Carre te Rotterdam, en nog op de helft van 3½ in Sweerdijk, met de Heijlige Geest en kerk van Poortugaal gemeen en zal dit land de memorie en de misse elkaar tesamen helpen dragen. (Copie van de acte van fundatie der vicarie van Doen Beijensz anno 1466) Ik, Doen Beijensz, betuige met dit, mijn handschrift, dat ik ter ere Gods, van zijn gebenedijde moeder en van alle Heijligen, gegeven heb en geve mits deze, alle mijne landen, gelegen in Sweerdijk en Poortugaal, om van het inkomen en jaarlijkse vruchten van dien, te onderhouden en in het Kersten geloof te onderwijzen de gene die ik of mijn nakomelingen daartoe bekwaam zullen oordelen om vicaris te wezen, en van welke vicarie altijd collateur zal wezen de oudste en naaste van mijn geslacht, de zwaardzijde altijd gaande voor de spilzijde, waar zij even na zijn en hier om bidde in de eerwaardige heer en vader in Gods, David van Bourgondiën, Bisschop van Utrecht, dat hij deze gifte met zijn bisschoppelijke authoriteit gelieve te bekrachtigen en de voornoemde landen onder de bescherming der Heilige Roomse Kerk te nemen, ter oorkonde der waarheid deze bezegelt op st. Victorsdag in het jaar onzes Heren 1466. (vertaling van een brief uit het latijn.) Davit de Bourgondia, door de genage Gods en de Heilige Apostolische Stoel bisschop van Utrecht. Wij brengen tot kennis van alle een iegelijk, gelijk wij willen, dat gebracht wordt door deze, onze brief, dat wij de gifte van een vicarie over enige landen, gelegen bij het dorp Poortugaal onder ons gebied in Holland, de macht om bekwame vicarissen te noemen, door onze geliefde Doen Beijensz of in het vervolg door zijn navolgers te maken, van de brief waaraan deze, onze brief, is doorregen, gewag gemaakt zijnde, met het zegel van de gezegende Doen Beijensz bezegelt, en verder alles en in het bijzonder daarin vervat en beschreven volgens onze zekere kennins, ratificeren en goedkeuren de gezegende landen onder de bescherming van de Heilige Kerk te nemen. Alles voor gevestigt en goed houdende en willen dat dezelve (on)geschonden wordt nagekomen, bevestigden dezelve in de name Gods met ons gewone zegel. Gegeven onder ons zegel in het jaar des Heren duizend vierhonderd zevenzestig. anno 1467, den 7 januari, is getekend D. van Bourgondia. (GA Rotterdam, handschriftenverzameling inv.nr. 32). | Doen BEIJENSZN (DE JONGE)
|
| 18 | Grietje is waarschijnlijk gedoopt: Capelle a/d IJssel op 1 september 1686 | Grietje Jacobsdr BOOT (E)
|
| 19 | Heeft iemand meer informatie over deze familie Boot? De vraag is ook nog of Grietje een dochter van Jacob is. Groeten, Joan 1 [b]Jacob Boot [/b]is geboren omstreeks 1655. Jacob is overleden. Notitie bij Jacob: Cornelis, Grietje en Trijntje lijken uit één gezin te komen. De overigen kinderen uit dit gezin zijn twijfelachtig. Mogelijk was Jacob met Ariaentie Berckelaer getrouwd. In dat geval behoort Lena ook tot het gezin. Kinderen van Jacob uit onbekende relatie: 1 [misschien] Marij Boot. Notitie bij Marij: Een Maritje Boot trouwde Jochem Boot en liet op 29-5-1718 in Rotterdam een zoon Jacobus remonstrants dopen. Doopgetuigen waren daarbij Trijntje Cornelisse en Catje Cornelisse. 2 [misschien] Leendert Jacobse Boot, geboren omstreeks 1680. Leendert Jacobse is overleden. Notitie bij Leendert Jacobse: Leendert trouwde op 18-11-1707 met Rusje Louwen Tas en liet in Kapelle a/d IJssel dopen: Lauris, Annetie, Trijntie en Cornelis. 3 [waarschijnlijk] Cornelis Jacobse Boot, geboren omstreeks 1685 Volgt 1.1. 4 [b]Grietje Jacobs Boote[/b], geboren omstreeks 1690 in Capelle a/d IJssel. Grietje Jacobs is overleden op 21-06-1768 in Rotterdam, Kralingen, ongeveer 78 jaar oud. Notitie bij Grietje Jacobs: Grietje Boot(e) liet op 12-5-1733 als weduwe één van hun kinderen begraven in Kralingen. [b]Grietje Jacobs Boot[/b], j.d. afkomstig van Capelle aan den IJssel, trouwde in Kralingen op 12-05-1709 met Ary Ariensz (den) Geneuggelijke, j.m. uit Kralingen. Grietje Jacobsdr., echtgenote van Jan Ariens Knickman, 30-6-1737 vertrokken naar Woubrugge, 1737 met acte van bevrijding. Grietje Jacobs: (1) trouwde, ongeveer 19 jaar oud, op 12-05-1709 in Rotterdam, Kralingen [bron: R´dam] met [i]Arij Ariensz Geneugelijken[/i], 31 jaar oud. Arij Ariensz is geboren in 1678, zoon van Arie Simons Geneugelijken en Neeltje Ariens Kerckhof. Hij is gedoopt op 30-07-1678 in Rotterdam, Hillegersberg. Arij Ariensz is overleden. Notitie bij Arij Ariensz: Arij Ariensz (den) Geneug(g)elijk(en). Kort na zijn of tijdens zijn geboorte is zijn moeder Neeltje overleden. Hij zal opgevoed zijn door zijn stiefmoeder Pietertje Nachtegael. (2) trouwde, ongeveer 33 jaar oud, omstreeks 1723 met [i]Jan Arieszn Knikman[/i]. Notitie bij het huwelijk: Ze zijn in Kralingen als lidmaat aangenomen. Jan Arieszn is overleden op 14-01-1732 in Rotterdam, Kralingen [bron: R´dam]. Notitie bij Jan Arieszn: Jan Arendzn/Arieszn Knikman. Het wapen Knickman is rood, een linkerschuinbalk van zilver, beladen met een vijfbladige bloem van rood, geknopt en gepunt van hetzelfde. Het helmteken is een gouden kroon, van drie fleurons, waaruit een geopende vlucht van rood oprijst, rechts beladen met een rechter-, links met een linkerschuinbalk volgens het schild. 5 [waarschijnlijk] Trijntje Jacobs Boot, geboren omstreeks 1692. Trijntje Jacobs is overleden. Trijntje Jacobs trouwde, ongeveer 21 jaar oud, op 05-02-1713 in Capelle a/d IJssel [bron: FamOfSH] met Cornelis Janse Konijn, 22 jaar oud. Cornelis Janse is geboren in 1691, zoon van [waarschijnlijk] Jan Konijn. Hij is gedoopt op 25-03-1691 in Rotterdam, Hillegersberg. Cornelis Janse is overleden. Notitie bij Cornelis Janse: Zoon van Jan Leendertsz Konijn (Knijn) en Grietje Ariens Huisman. 6 [misschien] Helena (Lena Jacobs) Boot, geboren omstreeks 1695. Lena Jacobs is overleden in 06-1721 in Rotterdam, Kralingen, ongeveer 26 jaar oud. Zij is begraven op 16-06-1721 te Rotterdam, Kralingen. Notitie bij overlijden van Lena Jacobs: Begrafenis van de huisvrouw van Pieter Leendertsz Kerkhof. Notitie bij Lena Jacobs: Helena trouwde Pieter Leendertse Kerkhof en liet op 6-9-1716 in Hillegersberg een zoon Leendert dopen, waarbij Maritje Leenderts Kerkhof doopgetuige was. Op 17-04-1718 volgde de doop van Jacob, bij wie Ariaentie Berckelaer doopgetuige was. Op 15-08-1718 overleed één van hun kinderen. Op 21-05-1719 werd Lijdewij gedoopt, waarbij opnieuw Marija Leenders Kerkhof doopgetuige was. Pieter Leenderts Kerkhof was een zoon van Leendert Kerkhof en Liedewij Hoogerwaart. Mogelijk was hij weduwnaar van Krintien Huigen Keijser met wie hij dan op 16-3-1698 in Hillegersberg was getrouwd. Lena was doopgetuige bij de doop van Liedewij Kerkhof op 29-11-1716 in Hillegersberg, dochter van Jan Arijense Kerkhof en Maritje Leenderts. De andere doopgetuige was Arij Leendertse Kerkhof. Lena Jacobs trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1715 met Pieter Leenderts Kerkhof, ongeveer 25 jaar oud. Pieter Leenderts is geboren in 1690, zoon van Leendert Gerritse Kerkhof en Lidewij Arijens Hoogerwaart. Hij is gedoopt op 28-05-1690 in Rotterdam, Kralingen. Pieter Leenderts is overleden. 1.1 Cornelis Jacobse Boot is geboren omstreeks 1685, zoon van [waarschijnlijk] Jacob Boot. Cornelis Jacobse is overleden. Notitie bij Cornelis Jacobse: Cornelis trouwde op 15-1-1708 met Dievertje Jans. Cornelis Jacobse trouwde, ongeveer 23 jaar oud, op 15-01-1708 in Capelle a/d IJssel [bron: FamOfSH] met Diewertje Jans Konijn, ongeveer 23 jaar oud. Diewertje Jans is geboren omstreeks 1685, dochter van Jan Konijn. Diewertje Jans is overleden. Notitie bij Diewertje Jans: Diewertje/Dievertje Jans Conijn/Kneijn/Konijn. Zij was op 12-3-1702 doopgetuige bij de doop van Jan Kneijn, zoon van Dirk Jansen Kneijn en Neeltje Cornelis Rijsdam. Kinderen van Cornelis Jacobse en Diewertje Jans: 1 Jan Cornelisse Boot, geboren in 1708. Hij is gedoopt op 07-10-1708 in Capelle a/d IJssel [bron: FamOfSH]. Jan Cornelisse is overleden. 2 Ariaantje Cornelisse Boot, geboren in 1712. Zij is gedoopt op 13-03-1712 in Rotterdam, Kralingen [bron: R´dam]. Bij de doop van Ariaantje Cornelisse was de volgende getuige aanwezig: Trijntje Jacobs Boot (geb. ±1692). Ariaantje Cornelisse is overleden. | Grietje Jacobsdr BOOT (E)
|
| 20 | Voornaam: Arentje - Aarentje Achternaam: Cornelissen - Cornedorf | Arendje CORNELIS (CORNEDORF)-(CORNELISSEN)
|
| 21 | Overleden Maasstraat 2 te Schiedam | Cornelis DE VRIES
|
| 22 | "Rutger Didderixsz neemt samen met Jacob Jan van Moerdrecht, Scildman Pietersz. en Hughe Buest Maenkensz. van de heer van Putte op 19 juni 1357 een gors tussen Hoogvliet en Pernis ter bedijking aan. Dit is de polder Rughezand (Roozand) in Pernis." Hoek, 1992, p. 142 | Ruthgeer DIDDERICKS
|
| 23 | Leenman van Putten, hij volgt zijn vader in diens leengoederen op, schepen van Poortugaal 1458 (bron: Cartularium van het karthuizer klooster Nieuwlicht akte: 47 V) en 1462 (bron: Leenkamer Holland akte: 83/5), in welk jaar hij een tiende aldaar in pacht houdt (bron: Archief van de besturen van de domeinen akte: 747/A). Nam op 8 december 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, namelijk de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen. Van 1459 tot en met 1469 betaalde hij jaarlijks 1 kapoen voor de Thomashofstede, een boerderij tegen de binnenkant van de dijk. Van 1459 tot en met 1462 pachtte hij de staalvisserij te Battenoert en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij. Hij vestigt zijn memorie op 5 gemet land te Nieuw Rhoon (bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 105), te versterven op zijn zoon Doen Beyenszn. Deze werd na de dood van zijn vader op 28 januari 1485 beleend met diens lenen. Leenman van Putten(1455-1485), schepen van Poortugaal(1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert Henricksz. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter Pietersz zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert Hendricksz. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert Beijensz een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc. Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan Mattensz de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz Gout en Wouter Petersz het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st. | Beije DOENSZ
|
| 24 | Leenman van de heer van Putten (1515), schout en dijkgraaf van Albrandswaard (1532) en kerkmeester te Poortugaal. Zijn weduwe Aeltje Jans komt in de 10e penning van 1543 voor met 10 gemet te Hoogvliet en 43 gemet te Poortugaal plus een huis met boomgaard te Poortugaal. Cornelis is in 1506 gemachtigde van Neeltje Arnouts, dochter van Arnout Janszn. te Hekelingen. Beroepen: leenman van Putten (land bij de molen van Poortugaal en leengoed in Sweersdijk en land in de Grote Wye) vanaf 1523 kerkmeester te poortugaal vanaf 1532 Schout en Dijkgraaf van Albranswaard | Cornelis DOENSZ BEIJENS
|
| 25 | Overleden tussen 4-8-1735 en 20-12-1741 | Claas Maljaertsz GLASBERGEN
|
| 26 | Getuigen doop: Jan Willems van der Bel en .....Wouters | Gerrit Claessen GLASBERGEN
|
| 27 | In het garderregister van Rijnsburg werd op 17 januari 1735 de begrafenis van Maartje Glasbergen ingeschreven. (Pro-Deo). | Maartje Maljaarts GLASBERGEN
|
| 28 | Bij deze doop werd ten onrechte Klas als moeder genoemd | Maljaart Claas GLASBERGEN
|
| 29 | Van Maljard is bekend dat hij zijn leven eindigde in het Armenhuis waarin hij tenminste 15 jaar heeft vertoefd. Dit blijkt uit een transportakte van 3 februari 1720, waarin de regenten van het Gasthuis te Rijsnburg verklaarden dat zij op 22 januari daar een voorafgaande in het openbaar hebben verkocht "een huijs, erve en tuijn, te zamen groot omtrent 145 roeden, den armen aangekomen als onderhoudende Maillert Glasbergen" Het percel wordt ten oosten bekend door de Langevaart en ten noorden door de Laan. Er rust een jaarlijkse erfpacht op van 13 gulden "aankomende de Heren Guldewagen, Druijvensteijn en Satin". Koper is Claas Mailjaard Glasbergen, die voor het huis van zijn vader 215 gulden betaalde. Misschien hebben de regenten van deze opbrengt ook de kosten van Mailjards vrouw betaald. Anders zijn de kinderen daar waarschijnlijk voor opgekomen. In ieder geval blijkt uit het kerkelijk begrafregister, dat "Sara Louris Wijmele, Huijsvrouw van Mailjaart Glasbergen" niet kosteloos ter aarde is besteld. De rekening vermeldt: "Een uur met Alle Klokken Geluijth, komt f.0,15,- Het Gemeene Kleet f.0,10- Voor de begrafenis van Mailard zelf behoefde geen impost te worden betaald. | Maljard Gerritsz GLASBERGEN
|
| 30 | Bij deze doopinschrijving wordt abusievelijk Lijsberth Kaspers als moeder vermeld. (bron: Let op u Glas, J.B. Glasbergen, 1969) | Sara GLASBERGEN
|
| 31 | Waarschijnlijk heeft de volgende aantekening uit het begraafboek op haar betrekking. "Den 31 january is begraven een kint van Klaas Maillartsz Glasbergen". (bron: Let op U Glas, J.B. Glasbergen, 1969) | Sara GLASBERGEN
|
| 32 | houdster van een memorie in de kerkvan Poortugaal | Margriet HEIJNDRICKS
|
| 33 | Notitie bij Baartje Jansdr: Met een bezit van 10 1/4 gemet (ca. 5 ha ) genoemd in de 10e penning van Poortugaal | Baartje JANSDR (AALTJE)
|
| 34 | Achternaam werd ook geschreven als Hoogeveen | Jan JANSE HOGEVEEN
|
| 35 | Achternaam werd ook als Hoogeveen geschreven | Trijntje JANSE HOGEVEEN
|
| 36 | Achternaam werd ook geschreven als Schallebergh | Neeltje JANSE SCHALLENBERG
|
| 37 | Achternaam werd ook geschreven als: Schallebergh | Neeltje JANSE SCHALLENBERG
|
| 38 | Achternaam werd ook geschreven als: Janson | Willempje JANSEN SCHOTMAN
|
| 39 | Jan Knickman is in de kerk begraven. | Jan KNICKMAN
|
| 40 | Adam Knikman werd vanaf 18 maart 1889 opgenomen in het NH Bestedelingenhuis aan de Bagijnhof, op 1 september 1900 opgenomen in het Ziekenhuis aan de Beverwijckstraat, overleden Dordrecht 3 se[tember 1900 in het ziekenhuis aan de Beverwijckstraat, trouwde Dordrecht 1 april 1857. | Adam KNIKMAN
|
| 41 | Arie Knikman, geboren Dordrecht 25 mrt. 1807, molennaarsknecht, steenbiller, overleden Dordrecht 10 juni 1871 in het Krankzinnigengesticht. (Lindengracht, thans Museumstraat). - 20 juni 1838: opgenomen in het Krankzinnigengesticht te Dordrecht: Arie Knikman, geboren Dordrecht 25 maart 1807, wonende Dordrecht, Nederlands Hervormd. De machtiging tot opname is aangevraagd door Wilhelmina Tielekind, zonder beroep, wonende te Dordrecht, geboren 12 febr. 1803. Arie Knikman onder curatele gesteld bij vonnis van de Arrondiddementsrechtbank dd 14 mei 1840. Curator: Willemina Tielekind en toeziende curator: Adam Knikman, steenbiller te Dordrecht (zijn Vader). Na het overlijden van Wilhelmina Tielekind tot curator aangesteld door de Kantonrechter te Dordrecht bij p.v. van 20 mei 1856 Adam Knikman Arieszoon, geboren 3 april 1856, gruttersknecht te Dordrecht. (SA Dordrecht, Archief Krankzinnigengesticht inv. 420) - 29 maart 1841: vonnis van het Arrondissementsrechtbank te Dordrecht, houdende plaatsing voor 1 jaar in het gesticht, jaarlijks verlengd tot 9 maart 1871. (SA Dordrecht, Archief Krankzinnigengesticht inv. 420) - 1853 - 1871: Arie Knikman, opgenomen in het gesticht op 28 juli 1838, overleden in het gesticht op 10 juni 1871. "aantekeningen tot grondslag der verklaring: De ondergetekende etc. verklaart dat de (in het Krankzinnigengesticht) verpleegd wordende Arie Knikman lijdt aan waanzinnigheid (mania), gekenmerkt door goddienstige wanbegrippen en vooral door hoogmoed en overschatting van zijn persoon, waarvan zowel zijn voorkomen als zijne gesprekken doen blijken, dat hij verder in het gesticht verpleegd blijve. 16 maart 1853. "Soortgelijke attesten afgegeven in jaren 1854 t/m 1858, vanaf 26 juli 1860: "beginnende geestverlamming" (SA Dordrecht, Archief Krankzinnigengesticht inv. 614, nr. 48) | Arie KNIKMAN
|
| 42 | Notitie bij Aefkin (Cornelis): Vaak vermeld als Haasje ivm lezing als "Aeskin" Onbekend: Houdster van een memorie in de kerk van Poortugaal | Aeskin (Haesken/Haasje) N.N.
|
| 43 | Pacht 8 lijn land te Poortugaal in 1378 en 1379. In 1379 pacht hij de bieraccijns te Poortugaal en samen met Heyn Bet en Arnt Dirckx 6 gemet land. In 1383 en 1384 pacht hij samen met Jan Derickxzn. de bij Pernis gelegen buitenlanden Oostbroeck en Backersoord. In 1385 2 gemet en 7 1/2 roede land te Poortugaal en in 1394 6 gemet min 50 roede land te Spijkenisse. Op 8 juli 1400 wordt hij als eigenaar van land te Oedenvliet (Hoogvliet) vermeld. | Beije RUTGER
|
| 44 | Dirck wordt in 1337 door heer Jan van Wateringen, ambachtsheer van Vlaardingen, beleend met 9 1/2 morgen land aldaar, te versterven half op zijn oudste zoon Rutgaert en half op zijn andere zoon Heijn Guet. | Dirck RUTGHERS
|
| 45 | Achternaam werd ook geschreven als: Zomer - Somer | Hendrika SOOMER
|
| 46 | Maaijke Strek, weduwe van Arij Knikman, laat kinderen na, op de Hellingen nr. 117, met "ordinaire"koetsen (d.w.z. niet meer dan de limiet, waarboven men een boete moest bertalen). oud 80 jaar (leeftijden in begraafboeken zijn vaak niet juist !) "water"(vermoedelijk waterzucht) ten 10 uren begraven.) Ze werd in 1792 gearresteerd en gevangen gezet op het stadhuis in Dordrecht. Ze werd namelijk van beschuldigd uit een aantal schepen meer turf gelost te hebben dan ze had opgegeven, zoals zij had moeten doen in haar functie van turftonster (een turfton is een geijkte ton om turf te meten, over die turf moest belasting worden betaald) Ze verklaarde 64 jaar oud te zijn en al 21 jaar de turfton waargenomen te hebben voor deze en gene, laatstelijk voor de meid van mijnheer Beelaerts van Blokland. Ze woont in 1792 in de Kolfstraat, maar voor haar arrestatie verbleef ze bij haarzwagers Knikman in Bleiswijk. (SA Dordrecht, ORA Dordrecht inv. 278). trouwt op 30 aug./ 15 sept. 1798 in Dordrecht (Gerecht/Ned. Geref.) met consent van zijn moeder en woont dan ook in de kolfstraat. | Maria (Maaike) Pieters STERKE
|
| 47 | ?Waar Jacob Jans en Teuntje Taate vandaan komen is niet bekend. Het vermoeden bestaat van uit het Antwerpse maar daar is niets over te vinden. Jacob Jans is volgens een akte in 1633 ongeveer 48 jaar oud dus is hij vermoedelijk rond 1585 geboren. Door zich gereformeerd te laten dopen had hij financiële voordelen want was je geen lid van de Staatskerk dan werd je uitgesloten van alle ambten en opdrachten voor en door het stadsbestuur. Bij het doen van hun belijdenis volgens akte in 1620 was hij dus ongeveer 35 jaar en waren zij "wonenden in die Koeckenbackersteeg". Op de hoek van de Arkelstraat bij ijswinkel Busato hangt nog het bordje "Koekenbakkersteeg". Dan huurt hij een huis aan de westzijde van de Haarstraat van ene Jan Jacobs en betaald in 1625 de verponding(een belasting) van dit huis.In 1632 huurt hij "De Trou" in "de straet lopende nae de Canssepoort" nu de Westwagenstraat 4 en 4a. Op 6 Oktobris 1639 koopt hij de"Trou" voor de somme van elf honderd carolusguldens met een hypotheek van f.700,- en f.400,- eigen geld. Hij woonde er ongeveer 21 jaren en oefende er zijn beroep van tabakverkoper uit. Bron: onderzoek A.C de Keijser en J.A. de Keijser | Teuntje Adriaans TAATE
|
| 48 | Achternaam werd ook geschreven als Hoeven | Maria VAN DER HOEVEN
|
| 49 | Pieter is overleden in de haven van Maassluis, ZH,NLD | Pieter VAN DIJK
|
| 50 | Notities bij Jan van Driel Wapens Van Driel: in goud een rode dubbele (dubbelkoppige) adelaar (detail grafmonument van burgemeester De Roovere inde Grote Kerk te Dordrecht); OF: in goud een rode dubbele adelaar met een schuinkruisje op de borst (wapenboek Hartman de Custer in het Gemeentearchief Rotterdam). XIX. Jan van Driel, geboren ca.1325 (geschat), vermoedelijk wonende in de Zwijndrechtse Waard, overleden na 1382(wellicht 1385). http://www.xs4all.nl/~csigmond/driel01.html Jan van Driel, born circa 1325 [estimated], resided presumably in the Zwijndrechtse Waard, died after 1382, probably1385, married (2) prior to 1385, NN, presumably Margriet Meeus Meeusdochter, married (1) prior to 1355: http://mythopedia.info/ancestry-15-28.htm Jan van Driel wordt in 1382 vermeld in de domeinrekening van Zuid-Holland, wegens een levering aan de stad Dordrecht,vermoedelijk van rijshout. In 1385 kocht Jan van Driel een korentiende in het land van Zwijndrecht, in "Aper ende Jansvan Leyden ghemeijn Volgherlant". In de domeinrekeningen van Zuid-Holland wordt rond de jaren 1383-1385 nadrukkelijk eenjonge Jan (Jansz.) van Driel genoemd. Deze aanduiding zou kunnen betekenen, dat de vader van de jonge Jan Jansz.vanDriel een zelfde patroniem heeft gehad: (oude) Jan Jansz. van Driel. Jan van Driel zou identiek kunnen zijn met Johan van Driel, die in 1384 was toegewezen alsvoogd aan Beatrijs van der Dussen, vrouwe van Ammerzoden, in de Bommelerwaard: "Johan van Drile hoeren gekoeren momber,die hoer mit ordeel en mit rechte gegeven ward". Wellicht was dit dezelfde als Jan van Driel, poorter van Utrecht, wiensdode lichaam in 1394 in plechtige processie werd vervoerd naar zijn laatste rustplaats in de Sinte Marie aldaar. Hijhuwde mogelijk 1e (voor ca 1355): N.N. Hij huwde mogelijk 2e (voor ca 1385): N.N. (Margriete Meeus Meeuszsdochter?). Inhet klepboek van Dordrecht is een veroordeling uit het jaar 1394 opgetekend, waarbij een zekere Aecht van Driel voordrie jaren verbannen werd. De reden van verbanning wordt niet vermeld. Een lichter vergrijp was gepleegd door Margrietevan Driel, die samen met drie andere vrouwen in 1412 werd beschuldigd "van quaed werck, van quaetsprecken en deonzedeliken leven". Zij werden veroordeeld tot het leveren van elk 1000 stenen voor de bouw van de kerk, een in die tijdniet ongebruikelijke boete, die ten goede kwam aan de gehele stedelijke gemeenschap. Vermoedelijk behoorden zowel Aechteals Margriete van Driel tot de verwanten van Jan van Driel: het is niet uitgesloten dat een van beiden diens echtgenoteof weduwe was. In dat verband is een Dordtse akte uit het jaar 1407 interessant, waarin een boedel scheiding plaats vondtussen Jan (Willemsz.) van Beveren, als man van Margriete Meeus Meeusdochter, en een zekere Heinken Jansz. Uit de akteblijkt dat Heinken Jansz. een zoon was van Margriete Meeus Meeuszdochter uit haar eerste huwelijk met Jan Jansz! Het isniet ondenkbaar dat Margriete Meeus Meeus, identiek was met de in 1412 veroordeelde Margriete van Driel. Heinken Jansz.zou in dat geval een halfbroer van de hieronder genoemde andere kinderen kinnen zijn: aangezien deze oudere broers VanDriel niet in de boedelscheiding uit 1407 worden genoemd zullen zij in ieder geval een aandere moeder dan Margrietehebben gehad. Kwartierstaaat van Teunis Bezemer http://gw1.geneanet.org/index.php3?b=uijtterlinde&lang=nl;p=jan;n=van+driel;oc=2 Jan van Driel (ca. 1325 - ca. 1394) De oudst bekende leden van het geslacht Van Driel in Zuid-Holland zijn aangetroffen in laat veertiende-eeuwse bronnen die betrekking hebben op Sandelingenambacht, in de Zwijndrechtse Waard. In de loop van de vijftiende eeuw vestigden leden van dit oude geslacht Van Driel zich in Dordrecht, waar zij al spoedig behoorden tot de gegoede burgerij van die stad. Een andere groep van deze familie vestigde zich in de enkele jaren eerder bedijkte polder Riederwaard, bij het dorp Ridderkerk. Leden van beide familiegroepen bereikten een relatief grote welstand en vervulden functies in het stadsbestuur van Dordrecht en in diverse dorps- en polderbesturen van de Zwijndrechtse Waard en Riederwaard. In de zestiende eeuw ging de familienaam Van Driel in vrouwelijke lijn over op een tweetal onder patroniem levende boerengeslachten te IJsselmonde en Barendrecht. Leden van deze twee families wisten aansluiting te vinden bij het stadspatriciaat van Rotterdam en Dordrecht, terwijl andere leden behoorden tot de gegoede ingezetenen van de dorpen IJsselmonde, Barendrecht en Poortugaal, alsmede in de Hoekse Waard, met name in de dorpen Strijen, Cromstrijen, Klaaswaal, De Group en Mijnsheerenland. Jan van Driel wordt in 1382 vermeld in de domeinrekening van Zuid-Holland, wegens een levering aan de stad Dordrecht, vermoedelijk van rijshout. In 1385 kocht Jan van Driel een korentiende in het land van Zwijndrecht, in ''Aper ende Jans van Leyden ghemeyn Volgherlant''. In de domeinrekeningen van Zuid-Holland wordt rond de jaren 1383--1385 nadrukkelijk een jonge Jan (Jansz) van Driel genoemd. Deze aanduiding zou kunnen betekenen, dat de vader van deze Jan Jansz . van Driel een zelfde patroniem heeft gehad : (oude) Jan Jansz. van Driel. Jan van Driel zou identiek kunnen zijn met Johan v Driel, die in 1384 was toegewezen als voogd aan Beatrijs van der Dussen, vrouwe van Ammerzoden, in de Bommelerwaard: ''Johan van Drile hoeren gekoeren momber, die hoer mit ordeel en mit rechte gegeven ward''. Wellicht was dit dezelfde als Jan v Driel, poorter van Utrecht, wiens dode lichaam in 1394 in plechtige processie werd vervoerd naar zijn laatste rustplaats in de Sinte Marie aldaar. Wapens Van Driel: in goud een rode dubbele (dubbelkoppige) adelaar (detail grafmonument van burgemeester De Roovere in de Grote Kerk te Dordrecht); OF: in goud een rode dubbele adelaar met een schuin kruisje op de borst (wapenboek Hartman de Custer in het Gemeentearchief Rotterdam) Een eeuw later, in ca. 1420, wordt een achterkleinzoon van Jan van Driel geboren: Cornelis Dircksz van Driel (zoon van Dirck Jansz van Driel en kleinzoon van Jan Jansz de Jonge van Driel). In zijn zegel is het wapen van Jan van Driel goed te herkennen: Bron: ir.C. Sigmond en K.J. Slijkerman: "Drie verwante geslachten Van Driel (Zuid-Hollandse eilanden, ca.1350-1650)", Rotterdam/Waarde 1998 | Jan VAN DRIEL
|